
ChronoForms
There is no form with this name or may be the form is unpublished, Please check the form and the url and the form managementNewsletter
| Boeddhisme en de vraag naar "aanhangers" en "aantallen" |
|
Edel Maex In het âVerslag van de Commissie van Wijzenâ betreffende âDe federale financiering van de bedienaren der erediensten en de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raadâ (gedateerd 2005-2006) lezen we: âTerwijl er relatief gemakkelijk gesteld wordt dat BelgiĂ« evolueert naar een religieus pluralisme, weten we in werkelijkheid niets over het daadwerkelijk bereik van de verschillende godsdiensten en levensbeschouwingenâ In de huidige wetgeving is voor de katholieke eredienst het aantal inwoners van de parochie â onafhankelijk van hun geloof richtinggevend, terwijl voor de andere erediensten het aantal âgelovigenâ of âaanhangersâ in aanmerking wordt genomen. Voor de Centraal Vrijzinnige Raad is dan weer geen enkele kwantitatieve band bepaald tussen het (forfaitaire) kader en het aantal âaanhangersâ. In sommige erediensten maakt een bepaald ritueel, bv het doopsel, iemand tot lid van de geloofsgemeenschap. In de toelichting bij de wet betreffende de georganiseerde vrijzinnigheid wordt de term niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschap omschreven als het geheel van individuen die zich kunnen terugvinden in de waarden van de verenigingen die deel uitmaken van de Centrale Vrijzinnige Raad. Hoe gaat het boeddhisme om met âaantallenâ en âledenâ of âaanhangersâ? Het boeddhisme heeft traditioneel nooit in termen van aantallen en aanhangers geredeneerd. Het heeft zich steeds ten dienste gesteld van de maatschappij maar het heeft daarbij iedere vorm van proselitisme consequent geweerd. Nemen we even het concreet voorbeeld van een meditatiegroep in een van onze centra. Wekelijks komen er tientallen mensen bij elkaar. Sommigen komen vooral mediteren, sommigen vragen en krijgen persoonlijke begeleiding, sommigen zijn vooral geĂŻnteresseerd in het onderricht, anderen houden bijzonder van het ritueel. Sommigen komen meerdere keren per week, anderen maar af en toe. Sommigen komen een tijdje, sommigen blijven jaren komen. Sommigen zullen ook regelmatig een meerdaagse retraite volgen. Al die mogelijkheden zijn open. Er is niemand die van deze mensen verwacht dat ze zich âboeddhistâ zouden noemen. Sommigen zullen dat uit eigen beweging wel doen. Maar ook een aantal zullen zich duidelijk blijven definiĂ«ren als christen, vrijzinnig of moslim, zonder dat dat interfereert met hun meditatiepraktijk. Zeker vanuit de kant van het boeddhisme stelt dat geen enkel probleem.
Als we kijken naar artikel artikel 181.2 van de grondwet dan wordt duidelijk dat de term âdienstverleningâ die de grondwetgever gekozen heeft, het boeddhisme op het lijf geschreven is. Het boeddhisme genereert geen aanhangers of leden. Het verzamelt geen mensen die zich met haar waarden willen identificeren. Het boeddhisme verleent diensten en die diensten zijn dus, zoals in de bovenstaande voorbeelden geĂŻllustreerd, verschillend in functie van de behoefte van diegene die van die diensten wenst te genieten. Daarom dat we ook de term boeddhistische gemeenschap definiĂ«ren, niet in functie van aanhangers of van waarden maar heel eenvoudig en zuiver als: het geheel van individuen die niet-confessionele morele diensten vanuit een boeddhistische visie verlenen of er van wensen te genieten. Is het mogelijk om deze behoefte op een of ander manier te kwantificeren? Een cijfer van om en bij de 50.000 boeddhisten in BelgiĂ« wordt algemeen aangenomen. Het is niet duidelijk waar dit cijfer op gebaseerd is en in het licht van het voorgaande is het ronduit betekenisloos. Om toch enig idee te hebben van de aanwezigheid van het boeddhisme in BelgiĂ« liet de BUB een kleine enquĂȘte uitvoeren. De omvang laat niet toe nauwkeurige cijfers te bepalen maar toont wel een aantal duidelijke tendensen: Er is een grote interesse in het Boeddhisme bij de Belgische bevolking. Wanneer mensen gevraagd wordt naar welke levensbeschouwingen ze kennen, als was het maar van naam, komt het boeddhisme op de derde plaats, na het christendom en de islam. Vooral haar waarden en haar filosofie zijn attractief (geweldloosheid, tolerantie, sereniteit). Opvallend is dat het Boeddhisme geen negatieve connotaties oproept. Het kennisniveau over het Boeddhisme is echter beperkt. Een meerderheid vindt dat een erkenning een meerwaarde heeft en vindt het wenselijk dat het in scholen, ziekenhuizen en gevangenissen aangeboden wordt. Ongeveer twintig procent heeft over het Boeddhisme gelezen. Ongeveer vijf procent zegt een bijzondere gevoeligheid te hebben voor het Boeddhisme en heeft reeds geparticipeerd aan een Boeddhistisch programma. Zeven op duizend van de ondervraagden beweren het Boeddhisme intensief te praktiseren. De waarde van deze cijfers is zoals gezegd beperkt. Daarom kan de Boeddhistische Unie van BelgiĂ« zich volledig vinden in de aanbeveling van de Commissie van Wijzen voor een grootschalig en anoniem bevragingsonderzoek naar het daadwerkelijk bereik van de verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen in ons land.  |





