hdr-img05.jpg
Home » Het Boeddhisme in België » Historiek » Boeddhisme in België : evolutie
Evolutie van het Boeddhisme in België

Michel Deprèay - voorzitter van de BUB

Het begin : het tijdperk van de oriëntalisten

Tot het begin van de jaren 70 beperkte de belangstelling voor het boeddhisme zich in België voornamelijk tot de universitaire wereld, vooral in Gent en Leuven. Het werk van geleerden zoals Louis de La Vallée-Poussin (1869-1939) en zijn opvolger Étienne Lamotte (1903-1983) genoot en geniet nog steeds internationale erkenning. Vanaf 1911 voelde echter een breder – voornamelijk Franstalig – publiek zich aangesproken door de filosofie van de Boeddha, dankzij het werk van de Franse ontdekkingsreizigster Alexandra David-Néel (Le Bouddhisme du Bouddha). Maar we moesten toch tot het begin van de jaren 50 wachten op baanbrekende verenigingen (2) die de studie en de praktijk van het boeddhisme aan elkaar wilden koppelen. Na enkele jaren zouden deze verenigingen echter alweer van het toneel verdwijnen. De laatste staakte haar activiteiten in 1956 (3).

Amerikaanse tegencultuur en conflicten in Azië

Van 1945 tot het einde van de jaren 70 droegen verschillende maatschappelijke, culturele en politieke factoren bij tot de verspreiding van het boeddhistische culturele gedachtegoed in het Westen:

De Amerikaanse bezetting van Japan onthulde een zencultuur die het Westen fascineerde. De boeken en de voordrachten van D.T. Suzuki vonden een enthousiast publiek. Schrijvers van de Amerikaanse tegencultuur in de jaren 50 en 60, zoals Jack Kerouac (Desolation Angels; Satori in Paris) en Gary Snyder, raakten vertrouwd met meditatie en hun geschriften verspreidden een soms geïdealiseerd beeld van zen.

De Chinese invasie in Tibet (1950) en de oorlogen in Indochina (vooral in Vietnam) brachten een stroom vluchtelingen op gang die de drie grote boeddhistische tradities vertegenwoordigden: Theravâda (Laos, Cambodja), Mahâyâna (Vietnam) en Vajrayâna (Tibet). Onder hen waren belangrijke vertegenwoordigers van die tradities. Denk maar aan o.a. de Dalai Lama (die sinds 1959 in India verblijft) en Thich Nhat Hahn (die zich in 1972 in Frankrijk vestigde). Hun onderricht zou in de loop der jaren steeds meer mensen aantrekken.

België: een lappendeken van boeddhistische organisaties

Vanaf het midden van de jaren 70 droegen de vernoemde migratiestromen en sociaal-culturele factoren bij tot de oprichting van talrijke boeddhistische studie- en beoefeningscentra. Naast de komst van Aziatische vluchtingen zagen we ook mensen van bij ons die op zoek waren naar nieuwe vormen van spiritualiteit. In 1974 werden in Antwerpen een eerste Tibetaans boeddhistisch centrum en een shintempel (uit de Sino-Japanse boeddhistische traditie) gesticht. Ze werden al snel gevolgd door andere centra voor de Chinese, Vietnamese, Cambodjaanse, Laotiaanse en Tibetaanse tradities. Er ontstonden Aziatische gemeenschappen in Brussel, Luik en Verviers. En zendojo’s van de Internationale Zen Vereniging, opgericht in Frankrijk door de Japanse monnik Taisen Deshimaru (1914 - 1982), openden hun deuren, eerst in Ukkel en nadien ook in de grote Vlaamse en Waalse steden.

Voor de boeddhistische wereld was dit een volkomen nieuwe ervaring: op één plek waren de drie grote boeddhistische tradities aanwezig, met een grote verscheidenheid aan scholen met afstammingslijnen van meesters verbonden aan deze tradities. Momenteel telt België een dertigtal verenigingen. Sommige van hen hebben centra op verschillende plaatsen in het land. Deze verenigingen – die van buitenlandse oorsprong, Belgisch of een combinatie van beide kunnen zijn – hadden tot het midden van de jaren 80 nauwelijks contact met elkaar.

Eenheid in verscheidenheid

historiekbe-01
Dat veranderde in 1986, toen onder het voorzitterschap van Adriaan Shitoku Peel een Federatie van Belgische Boeddhistische Gemeenschappen werd opgericht. In 1997 werd die opgevolgd door de Boeddhistische Unie van België (BUB), onder leiding van Frans Goetghebeur. De BUB overkoepelt momenteel 17 boeddhistische VZW’s die aansluiten bij de tradities van het Vajrayâna (7), het Mahâyâna (7) en het Theravâda (2), en een vereniging die we als 'oecumenisch' kunnen bestempelen. 4 verenigingen hebben hun zetel in Vlaanderen, 4 in Wallonië en 9 in Brussel. En het secretariaat van de BUB krijgt voortdurend nieuwe aanvragen om toetreding.

De BUB is tot nu toe het enige boeddhistische samenwerkingsverband in België. Zij vertegenwoordigt de boeddhisten in België en wil hun bemiddelaar zijn bij de overheid. Zij stelt zich tot doel om de integriteit van de verschillende tradities te bewaren en om de dialoog en de samenwerking tussen al haar leden te bevorderen. Sinds haar oprichting hebben de vertegenwoordigers van de aangesloten verenigingen heel wat tijd uitgetrokken om elkaar te ontmoeten, beter te leren kennen en vriendschapsbanden te ontwikkelen. Het gezamenlijk georganiseerde Feest van het Boeddhisme, elke eerste of tweede zondag van september in Huy, trekt jaarlijks heel veel bezoekers.

Een gemeenschappelijke wens tot erkenning

Geïnspireerd door een wederzijdse vertrouwen en respect begonnen de lidorganisaties van de BUB na te denken over een gemeenschappelijke aanvraag tot erkenning. Enkele vertegenwoordigers uit verschillende tradities kregen een mandaat om bij de politieke partijen onze kansen op welslagen te verkennen. Zij stelden vast dat een meerderheid van de partijen een aanvraag om erkenning gunstig zou onthalen, omdat zij een dergelijke vraag volkomen legitiem vinden of op basis van het gelijkheidsbeginsel voor alle tradities.

Verwachtingen gekoppeld aan een erkenning

De BUB is van mening dat met een officiële erkenning de boeddhisten in ons land een bijdrage zouden kunnen leveren tot een meer tolerante samenleving. Boeddhisten denken immers niet dogmatisch. Zij respecteren de verschillen en stellen zich niet agressief op in ideologische debatten. Een betere integratie van boeddhisten in het maatschappelijke leven zou het ook gemakkelijker maken om bepaalde initiatieven te ontwikkelen (zoals stervensbegeleiding, gevangeniswerk, enz.), waarvoor nu al een reële vraag bestaat en waaraan we momenteel maar moeilijk kunnen voldoen.

historiekbe-02

Een cultuur van dialoog

In de loop van zijn 2500 jaar oude bestaan heeft het boeddhisme zich altijd harmonisch kunnen integreren in de samenlevingen en culturen waarmee het geconfronteerd werd, zonder in te leveren op zijn boodschap en fundamentele waarden. Zo heeft het zich in heel verschillende vormen kunnen ontwikkelen – denken we maar aan de Japanse zen of het Tibetaanse boeddhisme. Het lijdt geen twijfel dat een dergelijk proces zich momenteel ook in het Westen voltrekt. Naar het voorbeeld van Liza Choleva (4) wijzen verscheidene auteurs op een acculturatie van het Tibetaans boeddhisme in het Westen. En we kunnen hetzelfde zeggen over de andere tradities. Deze wil tot integratie in het bestaande sociale en culturele weefsel in België zien we ook in de wens van de BUB om met alle geledingen van de maatschappij te communiceren, meer bepaald in het kader van een interconvictionele dialoog met vrijzinnigen en vertegenwoordigers van alle filosofische en religieuze strekkingen.

Michel Deprèay
Vice-voorzitter van de BUB

 

1. Deze tekst is ontleend aan de bijlagen van het werk Wakker worden met Boeddha door Frans Goetghebeur, Davidsfonds/Leuven, Uitgeverij ten Have, 2007

2. We verwijzen naar Les amis du bouddhisme zen van Robert Linssen, te Brussel; La Mission bouddhique belge van Raymond Kiere in Ans; het Centrum voor Boeddhistische Studies en Voorlichting van Adriaan Shitoku Peel in Antwerpen.

3. Met uitzondering misschien van het Maison du bouddhisme, "een eerder amateuristische organisatie" (B. De Backer, Bouddhismes en Belgique, Courrier hebdomadaire du Crisp, n° 1768-1769) van de gecontesteerde R. Lievens (de “lama van Schaarbeek”) dat tot het midden van de jaren 80 actief zou geweest zijn.

4. jmdevezeaud.free.fr – Rencontre de l’occident avec le bouddhisme, zie: Conclusions